Register Login
 

Een klas vol dieren:

padden, tijgers, apen, konijnen en pestvogels

 

Kinderen…..

Ø  voelen zich veilig op school

Ø  durven zichzelf te zijn

Ø  voelen zich bij elkaar betrokken

Ø  krijgen meer zelfvertrouwen

Ø  kunnen gevoelens onder woorden brengen

Ø  kunnen eigen emoties en die van anderen herkennen en daar op inspelen

 

Om het bovenstaande te kunnen bereiken werken we bij ons op school met het PAD-leerplan (alle groepen) en de Kanjertraining (groep 5 t/m 8).

 

Het P.AD.-leerplan

Het PAD-leerplan is een programma om de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen te stimuleren. PAD betekent: Programma Alternatieve Denkstrategieën. Je kunt het ook eenvoudiger vertalen: Proberen Anders te Denken.

Gedurende alle acht schooljaren komen vier thema’s aan de orde tijdens ongeveer twintig lessen per leerjaar. Het gaat om ‘zelfbeeld’, ‘zelfcontrole’, ‘gevoelens’ en ‘probleemoplossen’.

 

 

1 Zelfbeeld

Dit thema start in de onderbouw en loopt daarna als een rode draad door alle leerjaren heen.

De leerkracht kiest elke week een ‘PAD-kind van de week’; alle kinderen komen een keer aan de beurt. De leerkracht en de klasgenootjes letten die week speciaal op de positieve kwaliteiten van het PAD-kind van de week en vertalen dit in complimenten. Bijvoorbeeld: “je kunt anderen goed helpen”.

Complimenten zijn goed voor het positieve zelfbeeld van de leerlingen. Ze worden vaak opgeschreven, zodat het PAD-kind een heel blad met complimenten mee naar huis kan nemen. Ook mogen de ouders/verzorgers in de week dat hun kind PAD-kind van de week is, tijdens de lessen in de klas komen kijken.

 

2 Zelfcontrole

Ook dit thema start in de onderbouw en loopt daarna door als rode draad door alle leerjaren heen. Sommige leerlingen komen nogal eens in de problemen doordat ze te impulsief reageren. Ze slaan of schoppen bijvoorbeeld een medeleerling en bedenken pas achteraf dat je het eigenlijk beter niet kunt doen. Met behulp van een verhaal over een schildpadje leren de kinderen zichzelf te controleren. Het schildpadje doet allerlei dingen ook nogal impulsief en komt daardoor steeds in de problemen. Van een oude, wijze schildpad leert hij dat hij beter eerst kan nadenken. De meester of juf leert de leerlingen dat er in alle probleemsituaties een ‘nadenkmoment’ is. Om te kunnen nadenken, moet je eerst rustig worden.

 

3 Gevoelens

Het onder woorden leren brengen van gevoelens en ermee leren omgaan, komt in alle groepen aan de orde, maar de nadruk ligt voor dit thema bij de middenbouw. Kinderen leren bij dit thema hun eigen gevoelens en die van anderen in te schatten. Ze leren dat gevoelens belangrijke signalen zijn en dat je die informatie niet moet negeren. Het benoemen van je gevoelens – ook de negatieve – kan juist helpen om grip te krijgen op een situatie.

De kinderen leren verder dat gedrag en gevoelens bij elkaar horen, maar dat het wel twee verschillende dingen zijn. Je boos voelen is in orde, maar over de manier waarop je uiting geeft aan je boosheid moet je goed nadenken.

Bij de PAD-lessen over gevoelens horen speciale emotiekaartjes: kaartjes met daarop een tekening van een gezichtje dat een gevoel uitbeeldt, met daaronder een ‘gevoelswoord’. Elke leerling krijgt een doosje met een serie van deze emotiekaartjes. De leerlingen en de leerkracht denken op bepaalde momenten van de dag, bijvoorbeeld na de ochtendpauze, over hun gevoelens na en zetten het bijpassende emotiekaartje in een houten blokje op tafel. Soms voert de meester of juf aan de hand van deze kaartjes een kringgesprek over gevoelens.

 

 

4 Probleemoplossen

Het probleemoplossen komt in alle groepen aan de orde, maar de nadruk ligt voor dit thema bij de bovenbouw. De PAD-lessen in de hogere groepen maken de leerlingen steeds meer duidelijk dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor de keuzes die ze maken. Als je bijvoorbeeld van andere kinderen niet mee mag doen met een spelletje kaarten, loop je dan huilend weg, sla je woedend de kaarten van tafel of probeer je te onderhandelen? Bij probleemoplossen leren de kinderen welke oplossingen er te verzinnen zijn, hoe zij ‘de beste oplossing’ kiezen en hoe ze deze vervolgens kunnen toepassen. Zij leren van tevoren te bedenken wat de gevolgen zijn van hun gekozen oplossing.

 

De Kanjertraining

 

Omdat wij hebben ervaren dat het PAD-leerplan best een aanvulling kan gebruiken, geven we in de groepen 5 t/m 8 jaarlijks een Kanjertraining in de eerste helft van het schooljaar.

Het PAD-leerplan is voornamelijk gericht op het kind en zijn of haar gevoelens, de Kanjertraining gaat dieper in op de rollen in de groep en hoe je met elkaar omgaat.

 

Er zijn 5 kanjerafspraken:

 

  1. We vertrouwen elkaar
  2. We helpen elkaar
  3. Niemand speelt de baas
  4. Niemand lacht uit
  5. Niemand doet zielig

 

In een groep zie je verschillende gedragstypen, die uitgebreid aan de orde komen en geoefend worden:

 

Ø  de Tijger (Kanjer) heeft de witte pet; hij is betrouwbaar en zeker van zichzelf, hij denkt goed over zichzelf en de ander

Ø  de Pestvogel (baasspeler) heeft de zwarte pet op; hij denkt goed over zichzelf en slecht over de ander

Ø  het Konijn (stil of bang) heeft de gele pet op; hij denkt slecht over zichzelf en goed over de ander

Ø  de Aap (uitslover, grapjurk) heeft de rode pet op; hij denkt slecht over zichzelf en slecht over de ander

 

Niemand is alleen maar één gedragstype, we kennen alle petten. De gedragstypen maken voor de kinderen bepaald gedrag direct duidelijk en kunnen het onderbrengen in gewenst of ongewenst gedrag.

Met de Kanjertraining streven we er naar om kinderen zichzelf te laten zijn. Voorafgaand aan een trainingssessie worden hele duidelijke afspraken gemaakt.

 

Met het gebruik van het PAD-leerplan in alle groepen en de Kanjertraining in de groepen 5 t/m 8 willen we preventief bezig zijn en bewust werken aan een pedagogisch klimaat, waarin kinderen zich veilig en geborgen weten, zelfvertrouwen hebben en in staat zijn om in sociaal-emotioneel opzicht zo optimaal mogelijk te functioneren

 

 

 

 

Een klas vol dieren:

padden, tijgers, apen, konijnen en pestvogels

 

Kinderen…..

Ø  voelen zich veilig op school

Ø  durven zichzelf te zijn

Ø  voelen zich bij elkaar betrokken

Ø  krijgen meer zelfvertrouwen

Ø  kunnen gevoelens onder woorden brengen

Ø  kunnen eigen emoties en die van anderen herkennen en daar op inspelen

 

Om het bovenstaande te kunnen bereiken werken we bij ons op school met het PAD-leerplan (alle groepen) en de Kanjertraining (groep 5 t/m 8).

 

Het P.AD.-leerplan

Het PAD-leerplan is een programma om de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen te stimuleren. PAD betekent: Programma Alternatieve Denkstrategieën. Je kunt het ook eenvoudiger vertalen: Proberen Anders te Denken.

Gedurende alle acht schooljaren komen vier thema’s aan de orde tijdens ongeveer twintig lessen per leerjaar. Het gaat om ‘zelfbeeld’, ‘zelfcontrole’, ‘gevoelens’ en ‘probleemoplossen’.

 

 

1 Zelfbeeld

Dit thema start in de onderbouw en loopt daarna als een rode draad door alle leerjaren heen.

De leerkracht kiest elke week een ‘PAD-kind van de week’; alle kinderen komen een keer aan de beurt. De leerkracht en de klasgenootjes letten die week speciaal op de positieve kwaliteiten van het PAD-kind van de week en vertalen dit in complimenten. Bijvoorbeeld: “je kunt anderen goed helpen”.

Complimenten zijn goed voor het positieve zelfbeeld van de leerlingen. Ze worden vaak opgeschreven, zodat het PAD-kind een heel blad met complimenten mee naar huis kan nemen. Ook mogen de ouders/verzorgers in de week dat hun kind PAD-kind van de week is, tijdens de lessen in de klas komen kijken.

 

2 Zelfcontrole

Ook dit thema start in de onderbouw en loopt daarna door als rode draad door alle leerjaren heen. Sommige leerlingen komen nogal eens in de problemen doordat ze te impulsief reageren. Ze slaan of schoppen bijvoorbeeld een medeleerling en bedenken pas achteraf dat je het eigenlijk beter niet kunt doen. Met behulp van een verhaal over een schildpadje leren de kinderen zichzelf te controleren. Het schildpadje doet allerlei dingen ook nogal impulsief en komt daardoor steeds in de problemen. Van een oude, wijze schildpad leert hij dat hij beter eerst kan nadenken. De meester of juf leert de leerlingen dat er in alle probleemsituaties een ‘nadenkmoment’ is. Om te kunnen nadenken, moet je eerst rustig worden.

 

3 Gevoelens

Het onder woorden leren brengen van gevoelens en ermee leren omgaan, komt in alle groepen aan de orde, maar de nadruk ligt voor dit thema bij de middenbouw. Kinderen leren bij dit thema hun eigen gevoelens en die van anderen in te schatten. Ze leren dat gevoelens belangrijke signalen zijn en dat je die informatie niet moet negeren. Het benoemen van je gevoelens – ook de negatieve – kan juist helpen om grip te krijgen op een situatie.

De kinderen leren verder dat gedrag en gevoelens bij elkaar horen, maar dat het wel twee verschillende dingen zijn. Je boos voelen is in orde, maar over de manier waarop je uiting geeft aan je boosheid moet je goed nadenken.

Bij de PAD-lessen over gevoelens horen speciale emotiekaartjes: kaartjes met daarop een tekening van een gezichtje dat een gevoel uitbeeldt, met daaronder een ‘gevoelswoord’. Elke leerling krijgt een doosje met een serie van deze emotiekaartjes. De leerlingen en de leerkracht denken op bepaalde momenten van de dag, bijvoorbeeld na de ochtendpauze, over hun gevoelens na en zetten het bijpassende emotiekaartje in een houten blokje op tafel. Soms voert de meester of juf aan de hand van deze kaartjes een kringgesprek over gevoelens.

 

 

4 Probleemoplossen

Het probleemoplossen komt in alle groepen aan de orde, maar de nadruk ligt voor dit thema bij de bovenbouw. De PAD-lessen in de hogere groepen maken de leerlingen steeds meer duidelijk dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor de keuzes die ze maken. Als je bijvoorbeeld van andere kinderen niet mee mag doen met een spelletje kaarten, loop je dan huilend weg, sla je woedend de kaarten van tafel of probeer je te onderhandelen? Bij probleemoplossen leren de kinderen welke oplossingen er te verzinnen zijn, hoe zij ‘de beste oplossing’ kiezen en hoe ze deze vervolgens kunnen toepassen. Zij leren van tevoren te bedenken wat de gevolgen zijn van hun gekozen oplossing.

 

De Kanjertraining

 

Omdat wij hebben ervaren dat het PAD-leerplan best een aanvulling kan gebruiken, geven we in de groepen 5 t/m 8 jaarlijks een Kanjertraining in de eerste helft van het schooljaar.

Het PAD-leerplan is voornamelijk gericht op het kind en zijn of haar gevoelens, de Kanjertraining gaat dieper in op de rollen in de groep en hoe je met elkaar omgaat.

 

Er zijn 5 kanjerafspraken:

 

  1. We vertrouwen elkaar
  2. We helpen elkaar
  3. Niemand speelt de baas
  4. Niemand lacht uit
  5. Niemand doet zielig

 

In een groep zie je verschillende gedragstypen, die uitgebreid aan de orde komen en geoefend worden:

 

Ø  de Tijger (Kanjer) heeft de witte pet; hij is betrouwbaar en zeker van zichzelf, hij denkt goed over zichzelf en de ander

Ø  de Pestvogel (baasspeler) heeft de zwarte pet op; hij denkt goed over zichzelf en slecht over de ander

Ø  het Konijn (stil of bang) heeft de gele pet op; hij denkt slecht over zichzelf en goed over de ander

Ø  de Aap (uitslover, grapjurk) heeft de rode pet op; hij denkt slecht over zichzelf en slecht over de ander

 

Niemand is alleen maar één gedragstype, we kennen alle petten. De gedragstypen maken voor de kinderen bepaald gedrag direct duidelijk en kunnen het onderbrengen in gewenst of ongewenst gedrag.

Met de Kanjertraining streven we er naar om kinderen zichzelf te laten zijn. Voorafgaand aan een trainingssessie worden hele duidelijke afspraken gemaakt.

 

Met het gebruik van het PAD-leerplan in alle groepen en de Kanjertraining in de groepen 5 t/m 8 willen we preventief bezig zijn en bewust werken aan een pedagogisch klimaat, waarin kinderen zich veilig en geborgen weten, zelfvertrouwen hebben en in staat zijn om in sociaal-emotioneel opzicht zo optimaal mogelijk te functioneren

 

 

 

 

 
 
Contact

 

Casper Diemerschool

G.K. van Hogendorpstraat 52

7691 AW Bergentheim

0523-231947

casperdiemerschool@vgpodeoosthoek.nl

 

Casper Diemerschool

G.K. van Hogendorpstraat 52

7691 AW Bergentheim

0523-231947

casperdiemerschool@vgpodeoosthoek.nl